Project

Meten, Voorspellen en Sturen van bodemweerbaarheid

Nieuwe en innovatieve vormen van bodembeheer zijn nodig om aan de eisen van deze tijd ten aanzien van productie en duurzaamheid te kunnen voldoen. De grondgebonden glastuinbouw vormt hierin een apart probleem: door de hogere kastemperaturen en door routinematig en preventief middelengebruik vertonen de ziekten en plagen een dynamische en snelle populatie opbouw en is er vaak sprake van een opbouw van resistentie. Daartegenover biedt een kas een geconditioneerde omgeving waarin biologische bestrijders beter zijn beschermd tegen weersinvloeden dan in de niet-bedekte teelten.

Doelstelling

Op dit moment is er volop aandacht voor ‘weerbaar telen’: het sturen op de natuurlijke ziektewering van een bodem in de glastuinbouwsector. Dit komt vooral door wettelijke richtlijnen en de toenemende vraag van de consument naar duurzame producten. Obstakel voor het duurzaam produceren zonder gebruik van chemische gewasbescherming in de glastuinbouw is dat de beschikbare biologische middelen onvoorspelbaar lijken qua effectiviteit. Daarnaast zijn er geen betrouwbare en snelle meetmethoden om de effectiviteit te bepalen op de bodemweerbaarheid. De mechanismen die een rol kunnen spelen zijn meestal wel bekend, maar het is niet duidelijk welke in de praktijk het belangrijkst zijn en wat ervoor nodig is om ze aan te schakelen en aan te jagen.

Beoogd doel is het sturen op een verhoogde bodemweerbaarheid tegen ziekten en plagen in grondgebonden teelten onder glas. Dit is mogelijk door het gelijktijdig stimuleren van meerdere lokale bodemeigenschappen. De verhoogde weerbaarheid moet vergelijkbaar zijn met een gangbaar chemisch gewasbeschermingsmiddel, zonder dat daarbij emissie optreedt van nutriënten naar het oppervlaktewater.

Werkwijze

Recent onderzoek in 2011 binnen het BO-project Zomerbloemen laat zien dat losse maatregelen niet zinvol zijn, maar dat bij combinaties van maatregelen er een significante verhoging van weerbaarheid te meten is tegen ziekten en plagen als Meloidogyne, Pythium of Verticilllium. Bij dit onderzoek staat het zoeken naar combinaties van maatregelen dan ook centraal.

In 2012 zijn parameters geïnventariseerd en onderzocht die correleren met weerbaarheid tegen Meloidogyne, Pythium en Verticillium. In een aantal hypothetische raamwerken per ziekte of plaag worden deze parameters samengebracht op basis van wetenschappelijke literatuur en kennis en gekoppeld aan praktische teelteisen van enkele modelsiergewassen en biologische vruchtgroenten in grondgebonden teelten onder glas.

In 2013 worden de raamwerken omgezet in combi-maatregelen. In potproeven worden de raamwerken getoetst. Dit levert in 2014 meetmethoden op die worden gevalideerd in potproeven om te komen tot betrouwbare vervangers van de langdurige biotoetsen. Hierbij wordt ook gekeken naar betrouwbaarheid, kosten en snelheid van analyse.

De onderzoekers verzamelen ook data voor een geografische kaart van Nederland waarop de bodemweerbaarheid is aangegeven tegen Meloidogyne, Pythium en Verticillium.

Resultaten

Gewenste resultaten zijn mechanismen (parameters) van bodemweerbaarheid in de grondgebonden glastuinbouw tegen Pythium (Oomyceta), Meloidogyne (Nematoda), Verticillium (Mycota).

Daarnaast levert het project drie tot vijf goedkope en snelle meetmethoden op ter vervanging van de dure en langzame biotoetsen voor het bepalen van de mate van bodemweerbaarheid. Bovendien komt er meer inzicht in de mate waarin de bodemweerbaarheid tegen Pythium, Meloidogyne, Verticillium kan worden verhoogd en welke factoren daarin belangrijk zijn. Het mechanisme achter sturing op de onderdrukking van Pythium, Meloidogyne en Verticillium wordt ook duidelijk. Verder komen mogelijkheden beschikbaar voor sturing op een verhoogde bodemweerbaarheid tegen Pythium, Meloidogyne en Verticillium zonder toevoeging van antagonisten.

Resultaten 2012

  • Rapport van mechanismen (parameters) van bodemweerbaarheid in de grondgebonden glastuinbouw tegen Pythium (Oomyceta), Meloidogyne (Nematoda), Verticillium (Mycota).
  • 3-5 (goedkope/snelle) meetmethoden ter vervanging van de dure en langzame bio-toetsen voor het bepalen van de mate van bodemweerbaarheid.
  • Inzicht in de mate waarin de bodemweerbaarheid tegen Pythium, Meloidogyne, Verticillium kan worden verhoogd (ten opzichte van een chemisch gewasbeschermingsmiddel) en welke factoren daarin belangrijk zijn.
  • Het mechanisme achter sturing op de onderdrukking van Pythium, Meloidogyne en Verticillium.
  • Lijst van mogelijkheden voor sturing op een verhoogde bodemweerbaarheid tegen Pythium, Meloidogyne en Verticillium zonder toevoeging van antagonisten.
  • Lijst van data wat gebruikt kan worden voor een geografische kaart van Nederland met bodemweerbaarheid aangegeven tegen Meloidogyne, Pythium en Verticillium.

Publicaties