gieren

Project

Optimaliseren bemesting met maaimeststoffen

De stikstof- en fosfaathuishouding in de landbouw kan duurzamer worden door het optimaliseren van mineralenstromen binnen landbouwbedrijven. Strengere normen voor N- en P-mesttoediening dwingen bedrijven bij plantenvoeding rekening te houden met interne bodemprocessen. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving onderzoekt de interne stikstof- en fosfaatstromen in relatie tot de opbrengst.

Doelstelling

De rol van interne bedrijfsstromen van stikstof en fosfaat in de akker- en tuinbouw kwantitatief in beeld brengen, in relatie tot bemesting en productie. Daarnaast het optimaliseren van interne bedrijfsstromen binnen de bedrijfsvoering van deelnemende bedrijven.

Plan van aanpak

Het project is gestart in januari 2011 binnen het akkerbouwbedrijf van Van Strien (Van der Burgt en anderen, 2011) met drie componenten:
  • optimalisatie bedrijfsinterne stikstof met maaimeststoffen
  • P-balans op nul door inbreng regionale natuurcompost
  • literatuurstudie naar rol organisch fosfaat in bodem en plantenvoeding
In 2011 hebben veldproeven plaatsgevonden naar maaimeststoffen. Voortzetting in 2012 en daarna bestaand uit drie onderdelen:
  • Voortzetting op het bedrijf van Van Strien. Veldproeven met maaimeststoffen (stikstof en organische stof, langetermijneffecten van herhaalde toediening) en start monitoring P-huishouding. Voortzetting tot eind 2014. Van de P-monitoring op dit bedrijf is uiteindelijk afgezien omdat de te verwachten verschillen te klein zijn. Deze vraagstelling is overgeplaatst naar het proefveld Mest Als Kans
  • Proefbedrijf Kollumerwaard wordt in het onderzoek betrokken met dezelfde vraagstelling maar een nog verdergaande doelstelling: geen enkele aanvoer van nutri├źnten van buiten het bedrijf, en 100% eigen stikstofvoorziening via leguminosen
  • Voortzetting en analyse van de uitkomsten van het proefveld Mest Als Kans, Lelystad. Op dit proefveld zijn bovendien bodem- en gewasmetingen verricht in het kader van een ander op bodemfosfaat gericht proces

Resultaten 2012

Bij aardappel is op twee percelen de opbrengst vergelijkbaar (perceel 9 Van Strien; perceel PlantyOrganic) en bij een perceel (perceel 4 Van Strien) blijft de opbrengst achter bij alleen met maaimeststoffen bemesten.
Bij tarwe is bij een perceel de opbrengst vergelijkbaar (perceel 1 Van Strien), bij ander perceel teleurstellende opbrengst (PlantyOrganic).
Bij spinazie  (perceel 5 Van Strien) is de snelheid waarmee stikstof beschikbaar komt uit de maaimeststof mogelijk te laag.
Wortel is succesvol geteeld, geen stikstofprobleem (PlantyOrganic).
Bloemkool kreeg aan het einde stikstofgebrek, redelijke opbrengst maar klein formaat (PlantyOrganic). De timing van bloemkoolteelt is een aandachtspunt. Late oogst is oorzaak van niet meer kunnen zaaien groenbemester; ook veel onkruidproblemen.
In 2012 zijn presentaties (BioVelddag, 27 juni 2012; Open dag PlantyOrganic, 5 juli 2012) gehouden en zeven publicaties verschenen.

Beoogde eindresultaten

Het project zal opleveren:
  • Kwantitatief gedocumenteerde optimalisatie van de stikstofhuishouding van een akkerbouwbedrijf
  • Kwantitatief gedocumenteerde fosfaathuishouding van een akkerbouwbedrijf met daarin de rol van (ge├»ntensiveerd gebruik van) organische fosfaat.
  • Nuancering van de bestaande beoordeling van Pw voor akkerbouwsituaties. Bekend is dat de P-opname sterk afhankelijk is van bodemeigenschappen en bewortelingsmogelijkheden, en dat de rol van Pw daaraan ondergeschikt is. Juist deze bodem- en gewaseigenschappen zullen veranderen door de gewijzigde interne stromen.

Publicaties