W:\PROJECTS\FotosWebsiteWageningenURnl\Shutterstock Foto's LR\shutterstock_60911134_NL_landschap_aardappel_veld_ruggen_akker_LR.jpg

Project

Voorjaarstoediening drijfmest

In de akkerbouwsector is er behoefte aan kennis over mogelijke bodemverdichting- en structuurschade en voorkoming daarvan. Momenteel vinden steeds meer bewerkingen plaats met een relatief hoge bodembelasting, waaronder de verplichte mesttoediening in het voorjaar op kleigronden om N-uitspoeling te voorkomen. De praktijk ervaart de hoge bodembelastingen als een groot probleem, omdat ze leiden tot bodemstructuurschade, opbrengstderving en verlies van productkwaliteit.

Het project wil via co-innovatie met de praktijk duurzame oplossingen creëren en onderbouwen ter voorkoming van bodemverdichting en structuurschade bij bewerkingen in de aardappelteelt op kleigrond. Bij de huidige teelt is in het voorjaar sprake van relatief zware bodembelasting.

Voor de graanteelt heeft eerder onderzoek intussen geresulteerd in goede systemen. Omdat aardappelen en ook andere gewassen gevoeliger voor structuurbederf zijn dan wintertarwe, blijft de vrees dat zware belastingen in het voorjaar op kleigrond leiden tot structuurbederf, slechte rugopbouw, slechte beworteling van de basis van de rug, kluitvorming en tarraoverlast bij de oogst, bewaarproblemen, opbrengstschade en kwaliteitsproblemen in de keten. Voor een duurzaam bodembeheer is het voorkomen van deze vorm van bodemverdichting en structuurbederf in het voorjaar dan ook belangrijk.

Resultaten

Algemeen: Beoogde resultaten zijn duurzame oplossingen om bodemverdichting en structuurschade bij bewerkingen in de aardappelteelt op kleigrond te voorkomen. Met de resultaten van het veldonderzoek kan het uitblijven van schade-effecten aan bodem en gewas bij gebruik van goede methoden worden onderbouwd. Het project stimuleert ook via de resultaten van veldonderzoek een bredere toepassing van geschikte innovaties in de aardappelteelt.

2012: Uit de bodemwaarnemingen blijken in 2012 geen duidelijk effecten van berijden (sporen) op de bodemstructuur onder de losse grond in de ruggen waarneembaar (indringweerstand en luchtgehalte/poriënvolume).

De opbrengsten in 2012 waren significant lager dan in andere teeltjaren. Eenduidige conclusies kunnen nog niet opgesteld worden. Een eindconclusie is alleen op basis van gemiddelden van een aantal jaar onderzoek mogelijk. Na het veldmeetjaar 2013, zullen de resultaten van de  teeltseizoenen waarin het onderzoek plaats vond in zijn geheel geanalyseerd worden op relaties tussen bodembelasting, bodemstructuur en opbrengsteffecten.

Werkwijze

In dit veldonderzoek wordt het schade-effect aan de bodemstructuur en gewasopbrengst onderzocht door karakterisering van de bodemstructuur en gewasopbrengst van ruggen precies boven sporen van de berijding en van ruggen zonder onderliggend spoor. De bodemstructuurwaarnemingen betreffen de indringweerstand onder de ruggen, bemonstering van de grond direct onder de rug voor bepaling van het luchtgehalte en de grootte en vorm van de ruggen. Opbrengsteffecten worden bepaald door vergelijking van de opbrengsten van de ruggen boven en naast de sporen.

Vanwege de onvermijdelijke grote variabiliteit bij metingen aan de bodemstructuur en de gewasopbrengsten zijn meerdere proefjaren nodig om conclusies te kunnen trekken. In het voorjaar worden steeds met de klankbordgroep voorlopige resultaten van het voorgaande jaar en de aanpak voor het komende seizoen besproken. Toetsing van de innovatieve methoden met minimale bodembelasting vindt plaats in proeven op praktijkschaal met onderzoek naar effecten op:

  • het gewas
  • de rugopbouw na aanfresen
  • de bodemstructuur
  • de opbrengst

In 2013 wordt in het Zuidwestelijke kleigebied een proef met berijding met vergaande minimale bodembelasting vóór het poten uitgevoerd met:

  • wel of niet voorbewerken van geploegd land voorafgaand aan de belasting door een bemester
  • een recent ontwikkeld lagedruksysteem en gangbare toepassing

Het wel of niet voorbewerken van het geploegde land is in het onderzoek meegenomen, omdat dit mogelijk kan bijdragen aan het eenvoudiger inbrengen van de mest in de grond.

Publicaties