Zinvol om bijmestgift te baseren op gewas- en/of bodemmetingen die informatie geven over de N-beschikbaarheid

Er worden steeds hogere eisen gesteld aan een nauwkeurige bemesting, waarbij het aanbod van nutriënten wordt afgestemd op gewasbehoefte en levering vanuit de bodem. Vooral voor stikstof (N) is het door mineralisatie lastig om aan het begin van het seizoen te bepalen hoeveel er beschikbaar komt in de bodem. Daarom is het voor bepaalde gewassen, zoals aardappelen, zinvol om de N-gift te delen en de bijmestgift in het seizoen te baseren op gewas- en/of bodemmetingen die informatie geven over de N-beschikbaarheid.

Uit onderzoek (Van Evert et al. en Van Geel et al.) is in het verleden gebleken dat dit kan leiden tot een besparing van 50 kg N/ha. Met deze vorm van precisiebemesting kunnen een goede opbrengst en kwaliteit, een hoge N-benutting en lage N verliezen naar grond- en oppervlaktewater worden gecombineerd.

N-beschikbaarheid dit jaar lastig te voorspellen

De N-mineraalvoorraad in het vroege voorjaar vormt de basis voor N-bemestingsadviezen. Uit recente metingen van Eurofins-agro blijkt dat de gemiddelde N-mineraalvoorraad op praktijkpercelen met klei hoger was dan die op zand (cijfers van februari en maart 2023). De gemiddelde voorraden op klei zijn door mineralisatie van februari naar maart toegenomen, maar in april weer iets afgenomen. Op zand is de voorraad van maart naar april aanmerkelijk toegenomen en dat is door de vele regen in het vroege voorjaar opvallend. Belangrijk om te vermelden: op individuele percelen kan dit beeld heel anders zijn.

Om de N-mineraalvoorraad van een perceel in beeld te krijgen is een meting nodig. Het vrijkomen van stikstof uit organische stof in de bodem, toegediende organische mest, gewasresten uit de voorvrucht, ingewerkte groenbemesters én de weersomstandigheden zijn bepalend voor het verdere verloop van de N-beschikbaarheid. Bijsturing van de N-gift op basis van een N-mineraalbepaling en/of gewasmeting halverwege het seizoen is aan te bevelen.

NBS bodem

In de praktijk wordt het N-bijmestsysteem voor aardappelen op basis van een N-mineraalbepaling in de bodem het meest gebruikt. Diverse laboratoria bieden dit onder verschillende namen aan. Het systeem is opgebouwd uit een basisgift voor het poten en een bijmestgift rond de knolzetting. De hoogte van de bijmestgift wordt vastgesteld op basis van de Nmin-voorraad in de bodem rond de knolzetting, de opbrengstverwachting en de bijbehorende N-opname & verwachte N-mineralisatie. Meer informatie over de NBS-bodem vind je op de webpagina Stikstofbijmestsystemen.

Gewassensing: precisiebemesting met sensoren

De N-behoefte en eventuele bijbemesting kan ook worden gebaseerd op metingen aan het gewas, zoals in bladstelen, bladeren of met gewassensoren. Met een meting van nutriëntengehalten in blad- of bladsteeltjesmonsters kan worden vastgesteld of er tekorten zijn van bepaalde nutriënten in een gewas. Voor meer informatie, zie de webpagina Gewasonderzoek.

De laatste jaren is er relatief veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van gewassensoren voor beslissingen over N-bijbemesting. Daarbij wordt het bijmestadvies gebaseerd op de biomassa of N inhoud van het gewas, welke worden afgeleid van de lichtreflectie door het gewas (gemeten met satellieten of drones die zijn uitgerust met gewassensoren). Hierbij kunnen ook verschillen in de gewasstand binnen een perceel worden vertaald in variaties in de N-behoefte binnen het perceel. Op basis daarvan kunnen taakkaarten worden gemaakt voor plaatsspecifieke bijbemesting, waarbij de N gift binnen een perceel wordt gevarieerd. Vanzelfsprekend is er voor de uitvoering van plaatsspecifieke bemesting speciale toedieningsapparatuur nodig. Er zijn steeds meer loonwerkers en akkerbouwers die daarover beschikken. Meer informatie over de mogelijkheden van gewassensing en plaatsspecifieke bemesting, vindt u op de webpagina Precisiebemesting.

Aanbod laboratoria

Diverse agrarische laboratoria bieden analyses van grond- of gewasmonsters aan als basis voor een bijmestadvies. Sommige combineren metingen aan bodem en gewas voor een groot aantal gewassen. Er zijn ook laboratoria die hun adviezen in het seizoen uitsluitend baseren op gewasonderzoek. Zo worden er ook adviezen aangeboden op basis van plantsaponderzoek voor een groot aantal gewassen. Elk laboratorium heeft zijn eigen methode voor de analyse en afleiding van het advies. De onderbouwing hiervan is niet openbaar en kan daarom niet door de CBAV worden beoordeeld.